duim!

 

lies zoekt pap:

-          mam, waar is pap?

-          pap is in de schuur.
hij maakt een hok,
een hok voor het schaap.

-          mag ik naar pap?

-          dat is goed, lies.

 

lies gaat naar de schuur.

ze hoort pap van ver.

pap klopt en slaat.

het hok moet sterk zijn.

 

lies komt bij pap:

-          dag, pap!

pap schrikt,

en slaat op zijn duim.

wat doet dat pijn!

 

het hok is nu klaar.

het schaap is blij.

maar pap kijkt sip,

zijn duim doet pijn!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ph. Thiran